GEO zet groot in op Nederlandse energietransitie

06/10/17 16:34

Afgelopen week tijdens de European Utility Week (EUW) in Amsterdam heeft Green Energy Options (GEO) aangekondigd hoe zij gaat bijdragen aan de energietransitie in Nederland. Reversed Concepts werkt al jaren met het Engelse GEO samen en in Nederlandse markt en ondersteunt deze aanpak als “lokale partner”.

 

Zoals oprichter en mede-founder Patrick Caiger-Smith in het artikel in de Telegraaf al aangeeft, is de markt voor directe feedback voor huishoudens op hun energiegebruik nauwelijks ontwikkeld. Mede hierdoor zijn energie besparing en energietransitie voor de meeste consumenten een abstract begrip. Dit verandert echter als je het energiegebruik visualiseert en consumenten de mogelijkheid geeft het gebruik te managen.

 

Wie weinig tijd heeft leest dit Telegraaf-artikel waar in lijn met het medium de nuance en diepgang niet helemaal in terecht zijn gekomen. Voor één ieder die meer tijd heeft, heb ik hieronder het één en ander wat verder toegelicht.

 

Het Planbureau voor de Leefomgeving gaf in haar rapport “De Slimme Meter uitgelezen energie(k)” in November al aan dat de energiebesparing die voorspeld was bij de Slimme Meter uitrol ver achterblijft en dat aanvullende maatregelen gewenst zijn. Daarbij ziet PBL het beschikbaar maken van in home displays als een belangrijk en nuttig instrument.

 

In het convenant dat in het voorjaar in het kader van het energieakkoord tussen de belangrijkste partners in dit akkoord is overeengekomen om 10 Petajoule extra aan energie te besparen, wordt hier echter nauwelijks invulling aan gegeven. Daarnaast valt op dat voor het Nederlandse beleid heel weinig wordt gekeken naar succesvolle interventies in andere landen. Voor GEO en Reversed Concepts geeft dit aanleiding om nadrukkelijker het heft in eigen handen te nemen en op een drietal vlakken, in lijn met goede ervaring in het buitenland, actie te ondernemen.

 

Tijdens de beurs is de eerste concrete stap aangekondigd waarin 1000 displays in Nederland worden ingezet. Een consortium van lokale (energie) initiatieven zet GEO-displays in om bewoners bij energie te betrekken en te ondersteunen in energiebesparing. Met deze eerste uitrol is de weg vrijgemaakt voor andere kleinschalige initiatieven om dit ook laagdrempelig aan bewoners aan te bieden. Tijdens EUW was er een goedbezochte bijeenkomst voor dergelijke initiatieven (georganiseerd in samenwerking met Quintens) en in de komende periode ondersteunen GEO en Reversed Concepts deze bottom-up initiatieven.

 

Daarnaast zijn GEO en Reversed Concepts met meerdere marktpartijen en de overheid in gesprek over het op zetten van een platform geinspireerd op het Engelse SmartEnergyGB. Deze publieke entiteit heeft tot doel om Engelse huishoudens te informeren over de slimme meter uitrol en ze handelingsperspectief aan te bieden voor het toepassen van de energiedata die hiermee beschikbaar komt. In Nederland geeft meer dan 90% van de huishoudens aan niet of nauwelijks op de hoogte te zijn gesteld van de mogelijkheid van de slimme meter op het moment van installatie. In dat licht niet verbazingwekkend dat mensen er geen gebruik van maken en de energiebesparing sterk achterblijft. SmartEnergyNL kan deze informatieleemte invullen.

 

Verder wordt er aandacht besteed aan de energiebedrijven. Deze zijn in Nederland zeer terughoudend in hun plannen voor de inzet van displays en andere direct feedback instrumenten. Dat is in contrast met bijvoorbeeld Engeland waar energiebedrijven inmiddels tot de conclusie zijn gekomen dat een ‘connected’ display een nuttig instrument is om de relatie met klanten te onderhouden en energie diensten aan te bieden. GEO en Reversed Concepts gaan in Nederland met energiebedrijven in gesprek en bieden hun ervaring aan als input voor een kansrijke datastrategie in de overtuiging dat innovatieve partijen daar ook (op termijn) displays bij zullen gaan omarmen.

Oproep aan CIRCO-deelnemers: werk samen aan Next Steps

24/05/17 09:18

CIRCO heeft de afgelopen twee jaar ruim honderd (maak)bedrijven begeleid en meer dan 150 designers voorbereid om aan de slag te gaan met creating business through circular design. Pieter van Os brengt uitdagingen in kaart en nodigt de CIRCO community uit om samen te werken aan oplossingsrichtingen. Werk samen aan Next Steps!

 

Beste CIRCO-deelnemer,

Hoe staat het met de toepassing van circulaire principes in jouw business?

Wij zijn benieuwd naar jouw praktijkervaring

Omdat de overgang naar een circulaire bedrijfsvoering niet zonder slag of stoot gaat, zijn we benieuwd naar jouw ervaringen in de praktijk. De afgelopen twee jaar hebben wij ruim honderd (maak)bedrijven begeleid en meer dan 150 designers opgeleid. Dit traject heeft ons veel kennis en inzicht gegeven in zowel de toegankelijkheid als de complexiteit van de materie. Nu constateren we dat het merendeel van jullie wordt geconfronteerd met dezelfde (generieke) uitdagingen en dat oplossingen van het ene bedrijf vaak ook van onschatbare waarde zijn voor het andere.

Next Steps

Het CIRCO team brengt uitdagingen in kaart, evenals de oplossingsrichtingen. Die noemen we: Next Steps. Graag willen we van jou weten of je ze herkent, hoe je ermee omgaat en welke oplossingsrichtingen jouw bedrijf kiest om verder te komen.

De komende maanden leggen we je drie Next Steps voor. De eerste Next Step heeft betrekking op de volgende vraag: hoe ga je om met (bestaande en nieuwe) partners in je waardeketen?

Deze Next Step wordt hieronder toegelicht, waarna een aantal vragen volgen aan jou als CIRCO-deelnemer.

Next Step #1: omgaan met (bestaande en nieuwe) partners in de waardeketen

Samen met het CIRCO team heb je tijdens onze CIRCO Track of Class inzichten opgedaan in ‘creating business through circular design’. Je weet nu op welke plekken in de bedrijfsketen waardevernietiging plaatsvindt en waar mogelijkheden zijn voor waardecreatie. Op basis van die analyse heb je de circulaire kans voor jouw bedrijf gedefinieerd en uitgewerkt met een businessmodel, product (re)design en serviceaanbod. Als ontwerper heb je meer zicht gekregen op wat jij kunt betekenen in de ontwikkeling van circulaire producten en diensten of in de begeleiding van een circulair veranderingsproces.

 

Voorbij het transactiemoment

Circulair ondernemen en ontwerpen begint met circulair denken: stel processen die je vanzelfsprekend acht ter discussie en kijk hoe je zaken slimmer kunt vormgeven. Veel bedrijven zijn nog steeds volledig gefocust op het transactiemoment (verkoop). Na betaling is het vaak einde verhaal. Een circulaire business kijkt voorbij het transactiemoment. Omdat het bedrijf dan betrokken is bij de hele levensloop van een product of het materiaal, creëer je meerdere verdienmomenten. Daarmee is circulaire bedrijfsvoering bij uitstek een waardevol innovatie-instrument.

 

Concurreren met bestaande partijen

Bedrijven die betrokken blijven bij hun klant en product na het transactiemoment, willen en krijgen nieuwe partnerschappen en een andere relatie met (bestaande) klanten. Veel publicaties besteden ruimschoots aandacht aan het creëren van nieuwe partnerschappen. Tijdens de CIRCO-Track blijkt geregeld dat een bedrijf dat ‘circulair gaat’ vaak concurreert met bestaande partijen die in de huidige lineaire situatie onmisbaar zijn en die een transitie naar een circulaire bedrijfsvoering commercieel riskant maken. Wat doet een installateur als een fabrikant zelf onderhoudsdiensten aan een eindklant gaat leveren? Wat vindt een retailer ervan dat een merk haar klanten rechtstreeks een aanbod doet voor het inleveren van een oud product? Hier ontstaan potentiële kanaalconflicten. Dat is niet erg op het moment dat de business volledig circulair is, maar vormt wel een uitdaging als dit kanaal nog goed is voor het merendeel van de omzet. Ook de vraagstelling voor de ontwerper verbreedt nu de customer journey verder gaat na het verkoopmoment, waarbij oude en nieuwe partners wel of niet een rol krijgen en het fysieke product en aanvullende diensten samensmelten.

Stel, je wilt een circulair product en/of dienst rechtstreeks aan een eindgebruiker leveren? Hoe ga je dan om met jouw (afhankelijkheids)relatie met installateurs of retailers die nu een (commerciële) rol richting de eindgebruiker hebben? In het CIRCO programma kwam een aantal oplossingen naar voren:

  • Het bedrijf betrekt de huidige distributiepartij erbij en gaat een gezamenlijk leerproces in. Ook al hebben zij vaak de skills niet voor jouw ambities en is jouw bedrijf maar een van hun leveranciers.
  • Het bedrijf brengt haar nieuwe circulaire activiteiten onder in een aparte entiteit (start-up) waardoor het kanaalconflict minder zichtbaar is en eigen activiteiten ontwikkeld kunnen worden.
  • Het bedrijf richt zich op nieuwe (niet-concurrerende) klanten waardoor er minder sprake is van een kanaalconflict.

Vragen

  1. Herken je bovengenoemde situatie?
  2. Zo ja, kun je voorbeelden geven hoe dat in jouw bedrijf tot uiting kwam?
  3. Hoe zagen de knelpunten eruit?
  4. Welke concrete oplossingen heb je toegepast?
  5. Hebben die tot het gewenste resultaat geleid?
  6. Welke plek neem je als designer in m.b.t de samenwerking wanneer die niet stopt na de oplevering van het product?

Circulaire inspiratie van designers

19/11/14 10:19

Als voorbereiding op het Nima WereldCafé ‘Circulaire Business Modellen’ hebben we een drietal voorbeelden gezocht waarin ontwerpers aan de slag zijn gegaan met circulaire business creatie. Voor specialisten niet nieuw, maar voor het Wereldcafé inspirerende voorbeelden. Drie inspirerende voorbeelden van een circulaire concepten in aanloop naar het WereldCafé rond circulaire business modellen van 18 november. Alle drie geïnitieerd vanuit de designwereld. Minder concreet dan de voorbeelden in de eerdere blog “vogelvlucht langs circulaire business modellen” maar wel een lekker frisse blik. Voordeel dat designers werken met veel beeld en weinig tekst. Hier een korte inleiding van de initiatieven en links.

ProjectBox, Agency of Design

“what if… we sold outcomes instead of tools”

Het Engelse Agency of Design heeft meerdere interessante circulaire projecten op haar site uiteengezet. In ProjectBox hebben ze gekeken naar het delen van gereedschap. Begin van het project is de volgende conclusie uit gesprekken met klussers;

het lenen van een stuk gereedschap geeft een dusdanige “mental overload” en dermate kleine kostenbesparing dat de meeste mensen liever goedkoop gereedschap kopen en een keer gebruiken dan gaan sharen.

Er moet daarom meerwaarde aan een share-concept worden toegevoegd. Daarvoor hebben ze het gehele proces van tegelzetten minutieus in beeld gebracht en gekeken waar een amateur problemen ondervindt. Op basis daarvan hebben ze een complete kist met nuttig gereedschap samengesteld inclusief uitgebreide tegelzet instructies die ‘geleend’ kan worden.

Phonebloks

“a phone worth keeping”

Phonebloks dear industry

Dit idee heeft al veel aandacht in de algemene pers gehad. Toch is het interessant om verder naar te kijken. De kracht van het initiatief zit veel meer in het feit dat de oprichter Dave Hakkens in no tempo een community van meer dan 1 miljoen volgers heeft weten te bouwen dan in het technische idee om een mobiele telefoon modulair samen te stellen. De community heeft het idee invulling gegeven en het een positie gegeven om met producenten aan tafel te zitten en een andere manier van werken op gang te brengen. Site vertelt het verhaal kleurrijk met video-fragmenten en toont een eerste werkend prototype dat in minder dan een jaar is ontwikkeld.

WikiHouse

“architecture for the people by the people”

In een Ted-talk gaat architect Alastair Parvin nog een stap verder. Hij stelt dat we aan de vooravond staan van de democratisering van productie als volgende stap na de democratisering van consumptie in de afgelopen decennia. Door maatschappelijke en technische ontwikkelingen gaan we af van de geïndustrialiseerde one-fits all massaproductie naar zelf geïnitieerd maatwerk want;

“Manufacturing is everywhere”

“The design team is everyone”

Het is makkelijk om met argumenten te komen waarom dit niet op korte termijn realistisch is, maar het mooie is dat hij een aantal ontwikkelingen duidt die in ieder geval een aantal van de huidige lineaire grootschalige principes kunnen doorbreken.

€800 miljoen energiebesparing gemist met Slimme Meter

28/05/14 12:24

Zonder al te veel ruchtbaarheid lijkt de 2de kamer in te gaan stemmen met een grootschalige uitrol van de Slimme Meter. Vreemd, want de maatschappelijke business case die als voorwaarde voor de uitrol is gesteld, wordt op geen enkele wijze in de uitgebreid door EZ geëvalueerde pilot bevestigd.  Nederland laat hiermee €800 miljoen aan jaarlijkse besparing voor huishoudens liggen. Een logisch moment om de gekozen aanpak kritisch te beschouwen en mogelijk aan te passen, lijkt hiermee voorbij te gaan.

 

Verwachte besparingen blijven flink achter

De door EZ opgestelde monitoringsrapportage concludeert op basis van een representatieve uitrol bij 600.000 huishoudens dat 0,6% elektriciteit en 0,9% gas wordt bespaard na installatie van de slimme meter. Dat zou voor alle huishoudens neerkomen op een jaarlijkse besparing van ongeveer €110 miljoen, terwijl in de initiële business case is uitgegaan van een besparing van €500 tot €800 miljoen. Daarnaast blijkt dat in de huidige opzet vooral huizenbezitters ondersteunt die in maatregelen in hun eigen huis kunnen investeren, toch al geïnteresseerd zijn in energiebesparing en gewend zijn om via internet beschikbare data te gebruiken.

Huurders die vooral met gedragsverandering kunnen besparen en wat minder internetvaardigheden hebben profiteren nog minder van een slimme meter. Huishoudens met een lager besteedbaar inkomen zitten vaak in deze laatste groep, terwijl je vanuit een maatschappelijke business case juist zou verwachten dat zij geholpen worden om koopkracht te creëren.

Met een gemiddelde energiebesparing van €14 per huishouden die mensen met lage inkomens minder goed bereikt, is er nauwelijks nog sprake van een maatschappelijke business case. De sfeer in de rapportage is dat het wel goed zal komen met de besparing als de markt iets transparanter wordt en extra diensten aanbiedt. De marktontwikkelingen geven echter weinig aanleiding tot deze optimistische houding.

 

Er moet meer gebeuren om te besparen

De belangrijkste slag om energiebesparing te realiseren is, volgens de rapportage, het verzorgen van direct feedback in combinatie met een aantrekkelijke dienst die direct bij installatie van de meter wordt aangeboden. Bij direct feedback krijgt de gebruiker direct inzicht in de energieverbruik. Bijvoorbeeld via een display die het verbruik in kWh, euro’s en eventueel CO2 in de huiskamer toont. In aanvullende pilots, die ook voor de rapportage zijn geëvalueerd, wordt een besparing van 5,6% en 6,9% op respectievelijk elektriciteit en gas gerealiseerd. Dit vertaalt zich in een besparing van bijna €900 miljoen voor alle huishoudens, waarmee de maatschappelijke business case ruim wordt ingelost. Uit recent Engelse onderzoek blijkt dat een display over het algemeen binnen 3 maanden is terugverdiend.

 

Gaat de markt dit oppakken?

In het beleid is nadrukkelijk gekozen om dienstverlening aan de markt over te laten. De rapportage geeft echter aan dat dienstverlening nauwelijks van de grond komt. Het is zeer de vraag of de markt dit tot stand gaat brengen. De investeringen in een IT-infrastructuur en dienstverlening zijn enorm en er is een substantiële marketinginspanning nodig om klanten te werven.

Wie gaat dit doen? Nieuwe innovatieve bedrijven hebben te maken met zeer grote investeringen waarbij de business case voor alleen besparing best lastig te maken is. Energiemaatschappijen staan vooralsnog ambivalent tegen substantiële energiebesparing. Zij hebben mogelijk wel een business case wanneer ze klanten langer binden met energiediensten en extra bespaaroplossingen verkopen. Het ligt echter niet erg voor de hand dat zij grootschalig diensten gericht op maximale besparing uitrollen. Blijven buitenlandse partijen over. Verrijking en toepassing van data is bij uitstek het terrein van partijen als Google die de klantenbase en technologie hebben en geld verdienen met voornamelijk advertenties. Voor besparingen is dit mogelijk een optimaal scenario, maar het lijkt niet logisch dat EZ de vernieuwing van buitenlandse grootbedrijven wil laten komen.

 

Mogelijk aanvullingen op de markt

Als de markt de besparing niet grootschalig oppakt, is het een optie om toch het mandaat van netwerkbedrijven uit te breiden. Zij zijn nu zijn uitgesloten van verdere dienstverlening. Dit kan in een beperkt mandaat voor specifieke segmenten en diensten om bijvoorbeeld kwetsbare huishoudens te voorzien van direct feedback. Een alternatief is om meer te eisen van de commerciële partijen in de industrie. In Engeland zijn energiebedrijven al sinds 1994 (!) verplicht om hun klanten te ondersteunen bij energiebesparing op straffe van grote boetes. Een laatste optie is om nieuwe toetreders te stimuleren. Bijvoorbeeld vanuit het topsectorenbeleid. Deze opties zijn in de rapportage van EZ geheel niet aan de orde gekomen, terwijl daar situatie in de markt daar wel aanleiding toe geeft.

De uitrol van de slimme meter is blijkbaar een rollende trein, maar waarom EZ en de tweede kamer niet hun nek uitsteken om de maatschappelijke business case ook daadwerkelijk te realiseren is onduidelijk.  Een uitrol zonder besparing is vooral een gemiste kans. Een kans ter waarde van €800 miljoen en vele tonnen CO2 reductie.