RC brengt research en praktijk samen op NWO congres

Voor dit op donderdag 16 juni door NWO georganiseerde wetenschappelijk congres (zie ook verslag NWO) zijn Conny Bakker (hoofd auteur van Products that last) en Pieter van Os van Reversed Concepts itgenodigd om de link tussen wetenschap en praktijk in de migratie naar een circulaire economie in een workshop te adresseren.

Een stevige maar leuke uitdaging in twee uur voor een zaal met hoogwaardige wetenschappers uit diverse disciplines. Hierbij een tweetal belangrijkste uitkomsten.

De workshop

Om een powerpoint bombardement te voorkomen zijn we direct begonnen met de snelkook workshop. Hierin simuleren we in ruim een uur een circulaire (her) design proces dat in de praktijk wel drie maanden kan kosten. Deze workshop hebben we vaker gedaan, maar dit was de eerste keer samen met Conny Bakker. Dat was spannend want dit was een direct toetst of we het Products that Last framework goed toepassen. Het blijkt dat we een aantal onderdelen wel zeer vrij hebben geïnterpreteerd en praktische toepassing tot enkele shortcuts leidt. Voor Conny Bakker gelukkig geen groot probleem, maar juist een nuttig constatering. Deze gaan we verder oppakken door en de definities en de praktische toepasbaarheid daarvan te bespreken en de generieke leerpunten uit te wisselen zodat Circo feedback geeft over haar bevindingen bij het begeleiden van meer dan 70 bedrijven.

Dialoog

De dialoog heeft tot doel om te kijken of er onderwerpen voor verder onderzoek zijn of dat bestaand onderzoek kan worden toegevoegd. Hiervoor hebben we een aantal stellingen geformuleerd (zie sheets). Het blijkt lastig om na een intensieve workshop verder te verdiepen op deze stellingen. De groep draagt echter naar aanleiding van de workshop meerdere onderwerpen aan;

  • Products that Last gaat van ‘longer than average’ productgebruik uit en is daarmee het best toepasbaar op duurzame producten. Een ander manier van denken is gevraagd voor ‘products that flow’.
  • In de workshop passen de meeste mensen een model toe dat het gebruik met een cyclus verlengt. Voor een volledig circulaire economie moet je echter alle cycli van product, component of materiaal sluiten. Dit is voor een groot deel mogelijk binnen het PtL-framework, maar vraagt te veel om in een keer (zeker in een workshop) in beeld te brengen. Goeie toevoeging is om ook naar recycling oplossingen en design uitdagingen op materiaalniveau te kijken
  • Een andere discussie is of het gedrag van consumenten (of gebruikers) moet veranderen. Enerzijds wordt gesteld dat circulaire propositie dermate aantrekkelijk kunnen zijn dat consumenten dat consumenten ze direct accepteren (voorbeelden zijn cloud computing en kopieermachines). Anderzijds hebben consumenten een wens voor bijvoorbeeld nieuwe en niet herstelde producten en zou het heel erg helpen als dit onderscheid verandert.

Deze onderwerpen hebben we vanzelfsprekende niet in een dialoog van 30 minuten opgelost, maar wel plenair met alle aanwezigen gedeeld. Nuttig als de handschoen wordt opgepakt. In de ontwikkeling van Circo nemen we de opmerkingen mee.

What is hot at Sustainable Brands 2016

Voor NIMA WereldMarketeers bezocht Pieter van Os het Sustainable Brands congres in Barcelona samen met Elvira Luykx van DSM. Ondanks het feit dat ook op dit congres helaas een toenemende deel van de content door sponsor geleverd wordt, geeft het evenement toch een aardig beeld wat er momenteel speelt bij merken die zich duurzaam profileren. een kort overzicht van de 5 meest in het oog springende onderwerpen.

De meest spraakmakende merkinnovaties die onlangs zijn gepresenteerd op ‘Sustainable Brands Barcelona’ stonden centraal tijdens het WereldCafé Sustainable Brands bij NIMA in Amsterdam op  31 mei 2016.

 

 

Op basis van het totaalaanbod van presentaties uit Barcelona, heeft het team van WereldMarketeers dat naar Barcelona is geweest vijf observaties gedeeld:

  1. Transparantie is het nieuwe waarde creëren
  2. Branding en MVO ontwikkelingen komen samen
  3. ‘Er staat een groot dier in de kamer …’
  4. De nieuwe klantbehoefte
  5. Marketeer moet uit comfort zone voor circulair

Het valt niet mee op 2 uur presentatie in discussie samen te vatten, maar hierbij een beknopte impressie.

Ad1 Transparantie is het nieuwe waarde creëren

84% van de (beurs) waarde van S&P500 bedrijven is tegenwoordig intangible tegen 17% in 1975. De stelling van Paul Herman van HIP Investor is dat het daarom in het belang van een bedrijf is om de intangible assets zo veel mogelijk in beeld te brengen. Hij noemt dit transparantie. Omdat veel indicatoren een people en/of planet element hebben, zoals employee retention, natural resource efficiency en diversity (board en team), plakt Herman hier het stempel sustainabiltiy op. Een  invulling van transparantie en duurzaamheid die sterk is gelieerd aan het maken van rapportages ten behoeve van een hoge/ betere ranking.

Leg dit denken naast de quote van William Mc Donough: “Een crimineel die transparant is over zijn daden blijft een crimineel, maar dan zichtbaar.” en je kunt je voorstellen dat het een interessante discussie was.

Ad2 Branding en MVO ontwikkelingen komen samen

Dit is natuurlijk een stelling met een behoorlijk baard. Toch zijn er wel nieuwe elementen aan deze stelling toegevoegd ten opzicht van bijvoorbeeld Sustainable Brands 2014 in London. Twee jaar geleden ging het vooral over de vraag of en hoe je over CSR kunt communiceren. Veel bedrijven waren daar nog terughoudend in. Achteraf klopt dat wel als je bedenkt dat CSR vaak compliance gedreven was met wellicht een klein eigen ethisch kader. Op de huidige conferentie ging het nadrukkelijker  over purpose dat zich makkelijker laat vertalen naar merkwaarden en communicatie uitingen. Aan de marketing kant begint het steeds duidelijker te worden welke consumentenkracht er uitgaat van het feit dat mensen hyper connected zijn. Consumenten kunnen zich snel en krachtig verenigen en gewenst gedrag afdwingen of misstanden afstraffen. Voorbeelden zijn de grote effecten van een virtuele protestmars in Madrid, waarin geen mensen maar hologrammen figureerden en de ‘Sweetie’ campagne van Terre des Hommes, waarbij gebruik gemaakt werd van een virtueel meisje dat niet van echt was te onderscheiden.

Ad 3 ‘Er staat een groot dier in de kamer…’

Een aantal bedrijven, zoals Lego en Interface, sprak tijdens de conferentie in Barcelona open over de uitdagingen bij het realiseren van hun duurzame ambities, met goede voorbeelden uit de speelgoed- en de tapijtindustrie. Andere bedrijven besteedden hier minder aandacht aan en/of lieten belangrijke onderwerpen zoals obesitas als gevolg van suiker (Coca Cola) of de problematiek  rond milieuvervuiling en arbeidsomstandigheden in de textielbranche (Adidas) volledig onbesproken. Het is niet de verwachting van de Wereld Café bezoekers dat ieder bedrijf direct oplossingen heeft voor maatschappelijke vraagstukken in haar domein, maar het is opvallend dat marketing managers de dialoog hierover nog veel te vaak uit de weg gaan. Dit leidde onder meer tot een interessante discussie over de stelling  of Coca Cola de strijd met obesitas moet aangaan of zichzelf als guilty pleasure kan positioneren.

Ad 4 De nieuwe klantbehoefte

Marktonderzoek bureau BBMG heeft, op basis van een wereldwijd onderzoek, een klantsegmentatie opgesteld waaruit een groep consumenten naar voren komt die hoog scoort op zowel sociale en milieu waarden als materialisme. Wereldwijd vertegenwoordigt deze groep 41% van de consumenten. Dit zijn consumenten die eisen stellen aan de duurzaamheid van producten, maar er niet voor terugdeinzen om veelvuldig producten aan te schaffen. BBMG stelt is dat deze groep door hun houding en omvang een veel interessantere doelgroep voor duurzame proposities is dan de advocates waar veel duurzame proposities zich traditioneel op richten. Een interessante gedachte, vooral omdat er makkelijker schaalgrootte is te behalen en deze trend een eerste en belangrijke stap kan zijn in het meer betrokken worden van deze groep – ook al zijn er over die laatste aanname altijd kanttekeningen te plaatsen, alsook over dergelijk onderzoeken en de uitkomsten in het algemeen.

Ad5. Marketeer moet uit comfort zone voor circulair

Een belangrijk thema dit jaar is de migratie naar een circulaire economie. Andy Ridley van Circle Economy benadrukt dat de migratie geleid moet worden door designers en markteers en dat de focus van awareness naar activatie moet gaan. De bal ligt dan bij de marketeer. Uit presentaties van William McDonough (Cradle to Cradle) en Philips blijkt dat dit nieuwe inzichten vraagt van marketeers:

  • Het vraagt een continue afweging tussen business, environment en equity (de sociale component)
  • Marketing richt zich op het gebruik van producten en niet meer op het transactiemoment
  • Een merk wordt geladen door ervaringen en niet door een belofte

Ook al zijn er altijd kanttekeningen te maken, zoals over ‘de olifant in de kamer’, Sustainable Brands 2016 was zeer de moeite waard, en kunnen we ook spreken van een geslaagd WereldCafé. In Nederland wordt er inmiddels gekeken of Sustainable Brands volgend jaar  in Nederland gehouden kan worden. Dat zou een mooie stap zijn om een kijkje achter de schermen te kunnen nemen van de  Nederlandse merken, van hen te leren en samen met hen te kijken hoe we duurzaamheid in branding naar de volgende fase kunnen brengen.

Reversed Concepts stimuleert bedrijven om circulaire producten in de markt te zetten

 

“Circular Design: it starts with business” was de boodschap van DRIVE festival op 22 oktober 2015 met Conny Bakker, Fairphone, Pieter van Os, Brink Industrial BV en de winnaar van de studentenwedstrijd Circular Design Cases. Festival DRIVE was onderdeel van de Dutch Design Week 2015 in Eindhoven.


De dag stond compleet in het thema van ‘Circulaire Economie’ en werd afgetrapt door keynote speakers Conny Bakker (TU Delft), Pieter van Os (Reversed Concepts) en Miquel Ballester (Fairphone). Zij gaven inzicht in de interactie die ontstaat tussen business en ontwerp zodra je circulair gaat ontwerpen.

 

Kan je business creëren door middel van circulair ontwerpen? Hoe kunnen ontwerpers het verschil maken in de ontwikkeling naar een circulaire economie? Welke kennis bestaat er al over circulair ontwerpen? DRIVE Circular Economy beantwoordde deze vragen met behulp van business modellen, ontwerp strategieën, interactieve workshops en resultaten van het project CIRCO‘creating business through circular design’.

.

Reversed Concepts faciliteerde een interactieve workshop over circulair ontwerpen. Gebaseerd op de boodschap dat circulaire economie zakelijke kansen creëert, geeft deze workshop bedrijven en ontwerpers een supersnelle introductie over de principes en kansen van circulaire economie. Zij pasten circulaire business modellen en ontwerp strategieën direct toe op hun eigen product, om zo een start te maken met een circulaire business case.

 

De winnaar van de Circular Design Cases, Kinge Gardien, pitchte haar concept voor een circulaire hockeystick voor de jeugd. Bestaande uit een lease-constructie, profiteert het business model van een lange levensduur van de hockeystick. Hiervoor ontwierp Kinge een ‘sleeve’ die gepersonaliseerd kan worden. Kinderen kiezen elk jaar een nieuwe kleur of print, waarmee hun hockeystick wordt beschermd.

 

Interview DuurzaamPlus

Op 1 oktober publiceerde DuurzaamPlus een interview met Pieter van Os van Reversed Concepts, waarin alle ondernemingen van CIRCO creating business through circular design de revue passeren.

 

Met als titel ‘CIRCO schept duurzame business in circulaire economie’ ligt de focus terecht op het creëren van business opportunities. “In de circulaire economie is het voortaan de vraag: Waar zit de waarde-vernietiging en hoe kunnen we daar juist waarde uithalen? Die waarde ontsluiten creëert nieuwe business.”

 

“Maar wat is circulair design en wat kan dat bijdragen aan veranderingen? CIRCO kijkt anders naar het product door de keten om te draaien. Door te beginnen aan het einde van de levenscyclus van het product, denk je de andere kant op, maar volgens Van Os is dat voor bedrijven best moeilijk. “Het lijkt nogal rigoureus, maar kan verrassende efficiency binnen het bedrijfsproces opleveren. Iets opnieuw ontwerpen zodat het nieuwe (deel)producten en diensten oplevert, zoals service of leasen, is spannend en uitdagend.” Deze manier van denken brengt de verantwoordelijkheid meer terug bij de ontwerpers.”

CIRCO studentencompetitie

Stem op uw favoriete circulaire herontwerp!

 

De zeven studenten die deelnamen aan de Circular Design Cases zijn in de race voor de Best Circular Design Case. De winnaar van de studentenwedstrijd wordt door u gekozen!

Hier presenteren de zeven studenten van TU Delft het herontwerp van hun product. Op deze pagina brengt u uw stem uit op uw favoriete circulaire herontwerp. De winnaar zal op 22 oktober tijdens het design, research & innovation festival DRIVE bekend worden gemaakt, als onderdeel van de Dutch Design Week 2015 in Eindhoven.

Circulair ontwerp als motor voor innovatie

Circulair design als motor voor innovatie was een geslaagd evenement waarin theorie, praktijk en visie over circulair ontwerpen bij elkaar kwamen. De bijeenkomst vond donderdag 10 september 2015 plaats op New Energy Docks in Amsterdam, georganiseerd door Amsterdam Economic Board en gemeente Amsterdam. We delen de boodschap graag ook hier. Het was een inspirerende middag over circulair ondernemen, wat bedrijven de mogelijkheid biedt om zorgvuldiger met grondstoffen en materialen om te gaan en tegelijkertijd nieuwe businesskansen te creëren.

 

 

 

Inspirerende sprekers

Oud-minister en duurzaamheidsexpert Jacqueline Cramer vertelde met passie over de ambities en aanpak van Amsterdam Economic Board om de Metropoolregio Amsterdam te ontwikkelen tot circulaire hotspot. Pieter van Os doopte het publiek onder in een lading van kennis over duurzame businessmodellen en ontwerpstrategieën die in het project CIRCO centraal staan. Deze modellen en strategieën stimuleren deelnemers van de CIRCO Circular Business Design Track om producten te herontwerpen en nieuwe businessmodellen te overwegen. Het beste resultaat: ga gewoon aan de slag!

 

De nieuwe informatie kwam tot leven in de matching game van Circle Economy, waarin deelnemers bestaande circulaire producten koppelen aan de toegepaste ontwerpstrategie en businessmodel. Het verhaal van Reinier de Boer van ontwerpbureau Lune, tot slot, inspireerde door te illustreren hoe pioniers circulaire ontwerpen in de markt zetten, zoals een afvalbak. Hij benadrukte dat het meeste resultaat wordt behaald door gewoon aan de slag te gaan. Al doende leert men.

.

 

Circular Design Cases voltooid

In april berichtte Reversed Concepts over de start van de Circular Design Cases. Zeven gemotiveerde studenten van de TU Delft gingen (iconische) producten circulair herontwerpen  als deel van CIRCO creating business through design, gecoördineerd door Reversed Concepts.

 

In het project hebben studenten het Products that Last framework toegepast en gevalideerd. Tegelijkertijd identificeerden, analyseerden en presenteerden zij internationale circulaire producten en business voorbeelden als inspiratie.

 

Het proces verliep heel anders dan een ‘normaal’ ontwerpproces. Al bij de analyse van het product bleek het belangrijk om andere vragen te stellen, dan gebruikelijk is. Het is bijvoorbeeld cruciaal om te ontdekken waarom een product wordt afgedankt en wat er dan mee gebeurt. Dit vraagt een ontwerper zich in een doorsnee analyse niet af.

 

Vervolgens bleek het formuleren van een circular design challenge cruciaal. Hierin stelden de studenten zichzelf een doel waaraan het herontwerp moest voldoen. Door dit doel expliciet te formuleren breng je focus aan in het ontwerpproces en kan je je resultaten ijken. Gedurende het ontwerpproces controleert de ontwerper regelmatig of zijn ideeën een oplossing zijn voor de design challenge. Als dat niet het geval is gaat hij op zoek naar andere oplossingen. Echter, wanneer de design challenge niet haalbaar blijkt, past de ontwerper deze aan.

 

Na het vaststellen van de design challenge pasten de studenten circulaire ontwerp strategieën toe om ideeën te genereren. Toen ze deze ideeën toetsten aan de circulaire business modellen, bleek dat veel ideeën niet kunnen leiden tot een rendabele business case. Dat is frustrerend. Gelukkig leverde deze constatering een iteratie op tussen de business modellen en ontwerp strategieën.

 

Uiteindelijk leverden alle zeven studenten een prototype op waarin het ontwerp van product, dienst en businessmodel geïntegreerd waren. Hun resultaten zijn te zien in dit filmpje, op deze website, op een expositie op de Dutch Design Week en tijdens festival DRIVE. De CIRCO studentencompetitie is gelanceerd en de winnaar zal op 22 oktober bekendgemaakt worden.

 

De kennis die CIRCO en Reversed Concepts met dit project hebben opgedaan delen wij in de vorm van een blogserie op circulairondernemen.nl. Laat uw mening achter op onze LinkedIn groep.

 

Succes gesplitste E.on ‘groen’ vraagt enorme innovatie

Deze blog is eerder geplaatst als bijdrage in de denktank EnergyDots. Toch eerst even kort over het fossiele deel. Belangrijk signaal van de splitsing is dat er toch echt iets fundamenteel aan het veranderen is en fossiele opwek in ieder geval niet meer rendabel is. In Duitsland is het commentaar vooral dat E.on dit al lang had moeten voorzien. Handelsblatt vergelijkt Bestuursvoorzitter Johannes Teyssen met een verdachte die bekent bij de rechter; “Ja, Herr Richter, ich habe die Entwicklung zu spät gesehen. Ja, ich habe ihre Folgen zu lange unterschätzt, ja – wir machen unseren Ertragsstar von gestern zur Bad Bank von morgen.“

 

E.on vestigt dus haar hoop op een leveringsbedrijf met duurzame opwekcapaciteit. In onder andere Duitsland zijn de netwerken nog niet gesplitst, dus omvat dit ook het financieel lucratieve en voor de energiemigratie relevante netwerkbedrijf. Het wordt als een groot voordeel gezien dat de fossiele activiteiten worden afgesplitst. De grote afschrijvingen op de capaciteit en kosten voor de sluiting van de kerncentrales worden hiermee buiten de deur geplaatst. Het fossiele deel wordt met een bad bank vergeleken en het ‘groene’ zou dan de good bank moeten zijn. Mogelijk is de aankondiging voornamelijk een politiek spel, maar in hoeverre is het succes van het groene deel vanzelfsprekend als je kijkt naar de financiële uitgangspositie, marktuitdaging en regulering rond het netwerkbedrijf?

 

Financiële uitgangspositie

In ruil voor het afstoten van de fossiele boedel wordt namelijk wel een schuld van €65 miljard meegenomen in future E.On (zoals ze het overblijvende deel zelf noemen). Met ongeveer 33 miljoen retailklanten is dat bijna €2.000 schuld per klant. Daar zitten weliswaar veel (groot) zakelijke klanten bij, maar dat blijft een stevige erfenis als je het relateert aan de  €450 waarop een consumentencontract in de hoogtijdagen in het begin van de eeuw werd gewaardeerd of aan een huidige marge van nog geen €100 per jaar op een goede klant.

 

Staan daar dan assets tegenover? De duurzame opwekcapaciteit in Europa is 1,8 gigawatt (tegen 51 GW aan fossiel dat wordt afgestoten). Dat klink enorm, maar dat is nog geen 2% van de duurzame opwekcapaciteit in Duitsland op het moment van splitsing of van het totale elektriciteitsgebruik van alle aangesloten huishoudens. Over de duim (gerekend met Nederlandse groothandelprijzen) kan hier voor €225 miljoen aan elektriciteit mee worden geproduceerd.  Met de huidige vergoeding voor duurzame energie komt hier nog jaarlijks €300 miljoen bij. Niet gek voor een start-up, maar deze earning capacity staat in geen verhouding tot de genoemde schuld.

 

In de zijlijn van de presentatie wordt ook nog vermeld dat de hele transitie niet ten koste gaat van arbeidsplaatsen, -voorwaarden en pensioen afspraken. Mooi in het Rijnslandse model, maar waarschijnlijk niet een flexibele kostenbasis (en het personeelsbestand) voor een cleantech start-up.

 

Marktuitdaging

Gegeven deze uitgangspositie zal dus stevig geïnnoveerd moeten worden. Eén van de drie strategie hoofdpunten is dan ook “more responsive to changing customer requirements and market dynamics”. Het is niet de bedoeling om hier een heel cynisch stuk van te maken, maar het is natuurlijk zeer de vraag of een organisatie die gewend is aan een dominante marktpositie die zo lang niet heeft gereageerd op structurele veranderingen bij klanten en in de markt hier überhaupt toe in staat is. Laten we positief zijn en ons kort richten op enkele onderdelen die nodig zijn voor een succesvolle transformatie gegeven de drie door E.on geformuleerde strategische pijlers voor de consumentenmarkt.

Consumenten strategie Eon

Energie efficiëntie en besparing

Energiebesparing is van origine een lastig dossier voor energiebedrijven omdat het haaks staat op afrekenmodel dat voor een groot deel gerelateerd is aan de hoeveelheid verkochte energie. De relatie tussen het energiebedrijf en de klant is ook niet ingericht op een samenwerking om energie te besparen. Een belangrijke stap is om klanten inzicht in hun energiegebruik te verschaffen en ze op basis daarvan te coachen bij besparing in gedrag enGEO display energie-efficiency maatregelen. Hiervoor moet in ieder geval de verbruiksdata verzameld worden. Aangezien de uitrol van de slimme meter in Duitsland niet grootschalig gepland staat, zal een eigen infrastructuur gerealiseerd moeten worden met lezers en displays bij huishoudens. Dit is een van de logische speerpunten voor E.on future. Concurrent RWE heeft hiervoor een samenwerking met Google-dochter NEST afgesloten. Dat lijkt een slimme stap, maar brengt grote risico’s met zich mee. De gegenereerde data  wordt namelijk beheerd door NEST die ook de verrijking doet. De echte waarde komt hiermee bij Google te liggen en niet bij het energiebedrijf. Energiebedrijven lopen het gevaar in dezelfde positie uit te komen als telecombedrijven die jarenlang smartphone hebben gesubsidieerd van hardware bedrijven (lees Apple en Google) die nu een centrale rol in de dienstverlening hebben gecreëerd en het telecombedrijf tot dataleverancier hebben teruggebracht. Voorwaarde is dus dat E.on essentieel onderdelen van de hardware of de dienst zelf opzet.

 

Een andere voorwaarden is dat er een constructieve dialoog met klanten wordt opgebouwd met wederzijds vertrouwen. Energiedata leent zich hiervoor, maar dan vraagt de dialoog veel meer dan de jaarlijkse rekening en het aanhoren van klachten. Deze diensten zijn krachtig om de relatie met klanten te versterken en te verlengen. De inkomsten moeten echter elders gecreëerd worden daar consumenten vooralsnog slecht een kleine bijdrage willen betalen en aanbieders uit het Internet domein gratis diensten (gaan) aanbieden. Een mogelijkheid is om een slim e-commerce platform te bouwen dat personaliseert aan de hand van de verzamelde huishoud data. Dit vraagt echter heel nieuwe vaardigheden die nu vooral bij bedrijven in het Internetdomein beschikbaar is.

Decentrale productie

Met name in Duitsland is al een enorme migratie naar duurzame opwekking gemaakt. De doelstellingen zijn echter nog hoger dus dat lijkt een groeimarkt. Er zijn meerdere rollen die interessant zijn van het voorfinancieren van particulieren installaties tot het faciliteren van onderling leveren en afrekenen van energie. In bijna alle vormen geldt dat er niet meer wordt betaald voor het aantal geleverde energie-eenheden maar voor de geleverde dienst of kapitaal. Een van de grootste uitdagingen voor E.on future is het ontwikkelen en implementeren van verdienmodel gebaseerd op geleverde diensten. Dat sluit ook beter ook bij diensten rond energie besparing. De eerste partijen die alleen nog een dienstenvergoeding leveren dienen zich aan (in Nederland vandebron, qurrent). Dit zijn echter kleinschalige partijen met een andere kostenstructuur en zonder een huidig verdienmodel gebaseerd op levering. E.on zou zo snel mogelijk met nieuwe modellen aan de slag moeten, maar dat vraagt naast creativiteit ook veel moed gegeven de frictie die dit heeft met de huidige inkomsten.

 

Andere uitdaging is nog een positie te veroveren in dit in Duitsland reeds volwassen domein van hernieuwbare energie. Alleen al in Nordrhein Westfalen staat 3,5 Gw aan windcapaciteit. Ruim het dubbele van de totale Europese capaciteit van E.on. Enerzijds zijn er grote spelers die al groot geïnvesteerd hebben of  platformen hebben om particulieren te laten participeren. Dit zijn specialisten die al jarenlang deze business tot in de haarvaten begrijpen. Anderzijds zijn er veel particulieren met kleine installaties. Zeer gefragmenteerd en lastig te bedienen vanuit een grote organisatie.

 

Verder zijn er zeer nog veel lokale Stadtwerke in Duitsland die een stad of streek bedienen met elektriciteit en warmte. Dit zijn veelal ondernemingen met een sterk lokale basis die zich goed leent om  lokale opwek te faciliteren.

 

Laatste vraag is hoe de vergoeding voor duurzame opgewekte energie zich zal ontwikkelen. Deze is in de afgelopen jaren zeer royaal geweest en heeft sterk aan de groei bijgedragen. Dit jaar is de bijdrage van de overheid voor het eerst verlaagd. Gegeven de inmiddels grote opgebouwde opwekcapaciteit ligt het voor de hand dat de vergoeding in de toekomst zal afnemen. Het is niet uitgesloten dat E.on (te) laat instapt in deze groeimarkt.

Innovatieve oplossingen

Het is lastig om te duiden wat er onder deze kreet wordt geplaatst. Een deel van eerder genoemde energiedata-, home management diensten en de decentrale afrekening past waarschijnlijk onder deze noemer.

 

Verder kunnen hier heel veel oplossingen onder worden geplaatst op het gebied van smart grids, supply response, energie-opslag en zo verder. Het wordt wel heel erg speculeren om hier verder op in te gaan. Het lijkt er op de E.on zelf ook niet weet hoe dit gaat worden ingevuld. Er werd vanuit de raad van bestuur geopperd dat de medewerkers net als bij Google 10% van hun tijd aan nieuwe ontwikkelingen mogen besteden. Het is lastig om niet cynisch te worden, maar dit idee is bij Google inmiddels achterhaald en dit soort me-too gedachten staan ver af van innovation leadership.

 

Veel van deze mogelijke technische ontwikkelingen worden in Nederland vanuit de netwerkbedrijven geëntameerd en lijken daar ook logisch te zijn belegd. Voor E.on ligt hier een heel speelveld vanuit de netwerk rol. Vraag is hier in hoeverre de ontbundeling van levering en netwerk nog door Europese regelgeving afgedwongen gaat worden. Voor de Nederlandse activiteiten van E.on is het sowieso een extra uitdaging om in een ontbundelde markt een rendabele business op te bouwen met alleen een retailbedrijf. Mogelijk dat Nederland daardoor een ideale proeftuin is voor een aantal van de eerder genoemde migraties. Laat de innovatieve diensten en verdienmodellen maar komen.

Circulaire inspiratie van designers

Als voorbereiding op het Nima WereldCafé ‘Circulaire Business Modellen’ hebben we een drietal voorbeelden gezocht waarin ontwerpers aan de slag zijn gegaan met circulaire business creatie. Voor specialisten niet nieuw, maar voor het Wereldcafé inspirerende voorbeelden. Drie inspirerende voorbeelden van een circulaire concepten in aanloop naar het WereldCafé rond circulaire business modellen van 18 november. Alle drie geïnitieerd vanuit de designwereld. Minder concreet dan de voorbeelden in de eerdere blog “vogelvlucht langs circulaire business modellen” maar wel een lekker frisse blik. Voordeel dat designers werken met veel beeld en weinig tekst. Hier een korte inleiding van de initiatieven en links.

ProjectBox, Agency of Design

“what if… we sold outcomes instead of tools”

Het Engelse Agency of Design heeft meerdere interessante circulaire projecten op haar site uiteengezet. In ProjectBox hebben ze gekeken naar het delen van gereedschap. Begin van het project is de volgende conclusie uit gesprekken met klussers;

het lenen van een stuk gereedschap geeft een dusdanige “mental overload” en dermate kleine kostenbesparing dat de meeste mensen liever goedkoop gereedschap kopen en een keer gebruiken dan gaan sharen.

Er moet daarom meerwaarde aan een share-concept worden toegevoegd. Daarvoor hebben ze het gehele proces van tegelzetten minutieus in beeld gebracht en gekeken waar een amateur problemen ondervindt. Op basis daarvan hebben ze een complete kist met nuttig gereedschap samengesteld inclusief uitgebreide tegelzet instructies die ‘geleend’ kan worden.

Phonebloks

“a phone worth keeping”

Phonebloks dear industry

Dit idee heeft al veel aandacht in de algemene pers gehad. Toch is het interessant om verder naar te kijken. De kracht van het initiatief zit veel meer in het feit dat de oprichter Dave Hakkens in no tempo een community van meer dan 1 miljoen volgers heeft weten te bouwen dan in het technische idee om een mobiele telefoon modulair samen te stellen. De community heeft het idee invulling gegeven en het een positie gegeven om met producenten aan tafel te zitten en een andere manier van werken op gang te brengen. Site vertelt het verhaal kleurrijk met video-fragmenten en toont een eerste werkend prototype dat in minder dan een jaar is ontwikkeld.

WikiHouse

“architecture for the people by the people”

In een Ted-talk gaat architect Alastair Parvin nog een stap verder. Hij stelt dat we aan de vooravond staan van de democratisering van productie als volgende stap na de democratisering van consumptie in de afgelopen decennia. Door maatschappelijke en technische ontwikkelingen gaan we af van de geïndustrialiseerde one-fits all massaproductie naar zelf geïnitieerd maatwerk want;

“Manufacturing is everywhere”

“The design team is everyone”

Het is makkelijk om met argumenten te komen waarom dit niet op korte termijn realistisch is, maar het mooie is dat hij een aantal ontwikkelingen duidt die in ieder geval een aantal van de huidige lineaire grootschalige principes kunnen doorbreken.

Tesla potentiele game changer met vrijgeven IP

Wat een inspirerende aankondiging!

 

De CEO van Tesla, Elon Musk, heeft in een blog met de veel belovende titel “All Our Patent Are Belong To You” aangekondigd dat hij veel IP van Tesla in een open source filosofie wil vrijgeven. Volgens hem wordt technologie leiderschap niet verkregen door kleinschalige en onzekere bescherming van IP maar door de kracht van een bedrijf om de beste technici binnen te halen en te motiveren.

 

Zijn doel is om de koolstof crisis aan te pakken met een migratie naar elektrische mobiliteit. Hierbij zijn niet aanbieders van elektrische auto’s de grote concurrent, maar traditioneel gestookte auto’s. Zeker als je rekent met een fossiele vloot van 2 miljard auto’s en een marktaandeel van 1% van elektrisch in nieuwe verkopen. De snelste weg om zijn doel te bereiken is het versterken van alle partijen die bijdragen aan het vergroten van de elektrische vloot en infrastructuur. IP (voornamelijk van batterij technologie) mag hierbij geen bottleneck vormen. Tesla kiest ervoor om te streven om het beste product te hebben in een grote industrie dan het enige product in een niche.

 

Je kan argumenteren dat deze stap een noodsprong naar voren is. De migratie naar elektrisch mobiliteit gaat langzamer dan verwacht. Er zijn de eerste aanwijzingen dat het animo voor investeringen in infrastructuur, zoals snel laadpunten, af begint te nemen. Een infrastructuur die ook essentieel is voor het welslagen van Tesla. Daarnaast is de is de aandelen koers van Tesla enorm gestegen en gebaseerd op een groei die geen enkele vertraging duldt. In 2020 moet Tesla wereldwijd net zoveel auto’s verkopen als BMW nu om de koers waar te maken.

 

Desalniettemin lijkt het vooral een manier van innovatie die bij deze tijd en een duurzame migratie past. Google heeft Android ook zeer succesvol gratis beschikbaar gemaakt om platform te creëren waarop haar zoekmachine en digitale diensten draaien die in een open source context zijn ontwikkeld. Tesla is inmiddels groot en ver genoeg om serieus genomen te worden door andere partijen uit de industrie en haar belangen op een andere manier te dienen dan met IP-protectie. In dit licht is het wellicht een logisch stap, maar toch een die bedrijven die ook al in de 20ste eeuw groot waren niet snel zullen nemen. Zijn zeer benieuwd hoe dit uit gaat werken.

Lees ook het gerelateerde artikel in The Guardian.